|
Een
flashback is een psychologisch verschijnsel waarbij eerdere
belevenissen uit het langetermijngeheugen terugkomen in de menselijke
geest.
Een flashback kan zich bijvoorbeeld voordoen door zich bewust
bepaalde dingen in herinnering te roepen. Meestal ontstaat een
flashback als iemand een ervaring heeft die een andere ervaring
in het onbewuste oproept, een associatie van gedachten. Iemand
kan zich dan bijvoorbeeld plotseling herinneren wat hij in een
vergelijkbare situatie heeft gedaan of opnieuw de emotie beleven
die hij in het verleden had. Soms is de ervaring zo sterk, dat
de persoon die de herinnering heeft, deze korte tijd als realiteit
ervaart in plaats van herinnering. Men spreekt dan van herbeleving,
met name op het emotionele vlak.
Flashbacks kunnen ook het gevolg zijn van het gebruik van hallicunogene
middelen, zoals LSD en psilocybine. Het regelmatig optreden
van onwillekeurige flashbacks kan een symptoom van een geestelijke
ziekte zijn. Flashbacks komen vaak voor bij acute of posttraumatische
stress-stoornis, waarbij bijvoorbeeld seksueel misbruik of oorlogstrauma's
worden herbeleefd. |
| Acute
stress-stoornis |
De
acute stress-stoornis is een psychische aandoening die in het
DSM-IV is ingedeeld bij de angststoornissen. De stoornis kan
optreden als iemand is blootgesteld aan een ernstige traumatische
ervaring (shock). De reacties op dit trauma zijn sterke gevoelens
van angst, afschuw, machteloosheid en hulpeloosheid. Wie aan
de acute stress-stoornis lijdt, heeft meestal een verdoofd gevoel,
ontwikkelt problemen met geheugen, slaap en concentratie, is
prikkelbaar, schrikachtig of angstig en ervaart het trauma regelmatig
opnieuw.
Het DSM-IV geeft de volgende criteria voor de aandoening:
• A. De persoon is blootgesteld aan een traumatische ervaring
waarbij sprake is van de volgende twee criteria:
1. De persoon is met een gebeurtenis geconfronteerd die levensbedreigend
is, waarin een ernstig letsel zou kunnen optreden of die de
lichamelijke integriteit van de persoon of anderen in gevaar
brengt
2. De reactie van de persoon is intense angst, hulpeloosheid
of afschuw.
• B. Tijdens de confrontatie met het trauma of onmiddellijk
daarna heeft de persoon drie of meer van de volgende dissociatieve
symptomen:
1. Een subjectief gevoel van verdoofdheid of onthechting of
de afwezigheid van emotionele reacties.
2. Een verminderd bewustzijn van de omgeving (reageert als in
een waas)
3. Derealisatie : (omgeving zien als onwezenlijk of onecht.)
4. Depersonalisatie : scheiding ervaren tussen zichzelf en de
wereld, zijn identiteit of lichamelijkheid. Mensen die deze
gemoedstoestand hebben ervaren, beschrijven het leven vaak alsof
het een film is, onecht of wazig. Het besef van de eigen persoonlijkheid
wordt minder (vandaar de naam). Wie de symptomen heeft en in
de spiegel kijkt, lijkt een onbekende te zien, maar is tegelijkertijd
op de hoogte van zijn identiteit. De oorzaak van depersonalisatie
ligt vaak in een psychisch trauma.
5. Dissociatieve amnesie (het onvermogen zich essentiële
delen van het trauma te herinneren)
• C. De persoon herbeleeft het trauma voortdurend op minstens
één van de volgende manieren: terugkerende beelden,
gedachten, dromen, illusies, flashbacks, het gevoel het trauma
opnieuw te beleven of onrust bij zaken die herinnering aan het
trauma veroorzaken.
• D. Duidelijke vermijding van stimuli die herinnering
aan het trauma oproepen (bijvoorbeeld gedachten, gevoelens,
gesprekken, bezigheden, locaties, mensen).
• E. Duidelijke symptomen van angst, spanning of een verhoogde
staat van opwinding (bijvoorbeeld slaapproblemen, prikkelbaarheid,
concentratieverlies, overmatige waakzaamheid, schrikreacties
en motorische rusteloosheid).
• F. De stoornis veroorzaakt significant lijden of problemen
in de sociale omgang, op het werk of op andere belangrijke terreinen
of verhindert het uitvoeren van noodzakelijke taken, bijvoorbeeld
het vragen van medische of juridische bijstand of het inlichten
van de familie over het trauma.
• G. De stoornis duurt minimaal twee dagen en maximaal
vier weken en treedt op binnen vier weken na de traumatische
gebeurtenis.
• H. De stoornis is geen direct gevolg van het innemen
van een substantie (bijvoorbeeld drugs of geneesmiddelen) of
een somatische aandoening. De stoornis is niet toe te schrijven
aan een kortdurende psychotische stoornis en is niet uitsluitend
een verergering van een aandoening uit As I of As II. |
|
|
|
Laatste Update:
28 augustus 2011 |
|
NEW NEW NEW |

Mijn
laatste nieuwe initiatief is WikiTotall.
Wikipedia letsel en letselschade
|
| Whiplash
Lotgenoten |
|
Na
een periode van bezinning, heb ik op 8 aug. 2008, besloten
om het beheer van whiplashinformatie.nl
geheel over te nemen. Om het voortbestaan van deze lotgenoten
site óók voor de toekomst te kunnen blijven
garanderen ! |
| Onder
de loep genomen ! |
|
Onder
de loep ! Hier zijn acties / reacties te lezen
van z.g. professionals. Noem het vreemd, absurd, crimineel
of hoe je maar wilt. Feit is dat het genoeg zegt over de huidige
maatschappij waar in we leven ! |
|