‘Het
UWV is een ordinaire verzekeringsmaatschappij die om de haverklap
de polisvoorwaarden in zijn voordeel verandert. Het is haast
onmogelijk om daar als arts te werken.’ Het relaas van
een keuringsarts in gewetensnood.
 |
Onze
verzekeringsarts heeft een indrukwekkende staat van dienst.
Hij werkt ruim twintig jaar in de medische sector als huisarts
en keuringsarts. Met enthousiasme praat hij over zijn professie
die hij als een roeping lijkt te zien. Zijn laatste baan als
verzekeringsarts bij het UWV, dat de WW en de WAO uitvoert,
liet echter een nare bijsmaak achter. Op tafel liggen alle
documenten die zijn verhaal ondersteunen, waaronder zijn beoordelingsrapport.
Daarin staat duidelijk dat hij een goede arts is en er geen
klachten zijn over zijn functioneren.
Desondanks wordt gesteld dat hij zijn werkzaamheden ‘zo
spoedig mogelijk moet beëindigen’. De reden daarvoor
is dat hij te veel mensen heeft afgekeurd. Het rapport geeft
aan in hoeveel gevallen een besluit van de arts tot een volledige
WAO-uitkering heeft geleid, en concludeert vervolgens: ‘Dit
percentage is hoger dan in 2003. Dit staat haaks op de WBU,
is onrechtmatig, is tot schade van cliënt en maatschappij,
ook al wil je de patiënt ermee een dienst bewijzen.’
‘Schade
aan de maatschappij? Die opmerking krenkt mij zeer. Nog
nooit is er een klacht over me geweest. Patiënten geven
me altijd een handje en bedanken me omdat ik altijd zo aandachtig
naar ze luister. Dat schijnt niet vanzelfsprekend te zijn.
Mijn ervaring is, en ik doe dit werk al ruim twintig jaar,
dat vrijwel niemand voor zijn plezier in de ziektewet of
WAO zit. Het percentage profiteurs is misschien nog geen
1 procent. Ik ga er van uit, en dat weet ik haast wel zeker,
dat mensen in de WAO wel degelijk beperkingen voor arbeid
hebben.
Je
moet niet alleen kijken naar de kwaal, maar ook naar de
omgeving van de cliënt. Dat is je verplichting als
arts, om te luisteren naar wat de mens tegenover je te vertellen
heeft. Hoe is de sfeer thuis? Zijn er problemen? Psychische
klachten neem ik altijd heel serieus. Het UWV doet dat totaal
niet naar mijn idee. Wettelijk gezien moeten zij zich namelijk
beperken tot klachten die objectiveerbaar zijn. Moderne
aandoeningen als ME, whiplash en RSI zijn dat niet in strikte
zin. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld burnout of depressiviteit.
Ondanks dat ik als arts weet dat deze kwalen mensen kunnen
slopen, wordt het beleidsmatig buiten de uitkeringsfeer
gehouden.
Het
vreemde is dat de medische specialisten deze zogenaamde
zachte diagnoses wel serieus behandelen. Zelfs als
er niks op een foto te zien is. Hun expertise wordt dus
in twijfel getrokken door het UWV. Natuurlijk is iets als
straatvrees niet objectiveerbaar voor een verzekeringsarts,
maar dat betekent niet dat een cliënt er geen last
van kan hebben.
Voor
het vaststellen van ernstige psychische stoornissen (EPS)
werken we met een eenvoudige checklist. Feitelijk komt die
erop neer dat iedereen die zichzelf uiterlijk kan verzorgen
en zelf de boodschappen kan doen, niet psychisch gestoord
is. Wel, voor een psychiater is het al moeilijk om zulke
diagnoses te maken, en die heeft er zes jaar op gestudeerd.
Verzekeringsartsen moeten gewoon met een vragenlijstje een
conclusie trekken. Ik zou niet graag naast iemand op de
werkvloer staan met ernstige psychische stoornissen. Of
wil je iemand die suf is van de pillen achter een gevaarlijke
machine zetten? In zekere zin bescherm ik als arts de maatschappij
nog ook.
Ik
zal je een voorbeeld geven van zo’n bureaucratisch
staaltje. Laatst had ik iemand voor me die door een deskundige
als zwakbegaafd is bestempeld. Hij kreeg zeer zware medicijnen
voorgeschreven en moest onder begeleiding naar ons kantoor
gebracht worden. Toch moest ik twee weken na de diagnose
van de specialist een herkeuring doen. Op zulke momenten
vraag je jezelf echt af: wat doe ik hier nog? Het is toch
duidelijk dat deze persoon niet in staat is om fatsoenlijk
te werken? En zo zijn er nog veel meer voorbeelden.
Een
cliënt was na de dood van zijn kind dusdanig psychisch
aangeslagen dat hij niet meer kon functioneren. Toch mankeert
hij strikt volgens de regels niets en moet dus aan het werk.
In mijn opinie moet je zo iemand de ruimte geven om even
tot zichzelf te komen als hij daar behoefte aan heeft. Bij
twijfel geef ik altijd het voordeel aan de patiënt.
Je
kunt als verzekeringsarts een enorme impact hebben
op iemands financiële situatie. Natuurlijk zie ik niet
graag iemand in de bijstand terechtkomen. Vaak zitten die
mensen al in het nauw. Dan probeer je toch een uitkering
in de wacht te slepen voor zo’n cliënt. Kennelijk
is dat tot schade van de maatschappij.
Het
mag toch niet zo zijn dat iemand in de knel komt door het
beleid van het UWV dat toch uiteindelijk voortvloeit uit
het kabinetsbeleid? Je hoort gewoon het hele verhaal van
De Geus erachter. Natuurlijk weegt die verharding van het
beleid mee bij mijn besluitvorming. Ik vind het doodzonde
dat ons mooie sociale stelsel naar de knoppen gaat. Als
je mensen boven de vijftig moet goedkeuren, weet je dat
ze nooit meer aan de bak komen. Mensen met een handicap
zouden via reïntegratiebureaus aan een baan geholpen
moeten worden. Maar die bedrijven kosten alleen maar geld.
Dan kan de regering zulke mensen toch gewoon beter
WW geven tot hun pensioen? Het kabinet denkt goedkoper uit
te zijn. Die opstelling kun je volgens mij benoemen als
penny wise, pound foolish.
Ik
zie niet hoe je je als arts kunt verenigen met dat rechtse
beleid. Eigenlijk kun je met een medische instelling niet
goed werken bij het UWV. Je hebt tenslotte de eed van Hippocrates
afgelegd om mensen te helpen. Ik heb geprobeerd als verzekeringsarts
te werken, maar kwam hierdoor in conflict met mijn kijk
op de wereld. Toen ik nog de oude Ziektewet deed, ging het
makkelijker. Je kijkt dan alleen maar naar iemands werkomstandigheden.
Doet iemand zwaar belastend werk, dan kan hij niet werken
met een hernia. De WAO is een heel ander verhaal. Je moet
dan kijken naar wat iemand nog wel kan. En volgens het UWV
kan iedereen nog bijna alles, hoe arbeidsongeschikt mensen
in mijn ogen ook waren.
Ik
geloof er in om mensen te reïntegreren op de arbeidsmarkt
door urenbeperkingen. Onlangs zag ik een patiënt die
een zware hartaanval had gehad. Volgens de cardioloog was
zijn hart nu stabiel. Dus was hij volgens het UWV weer fit
voor de arbeidsmarkt. Maar ik zie die man voor me aan het
bureau. Hij was helemaal van streek en letterlijk doodsbang.
Zo iemand moet je niet gelijk volle werkweken laten draaien.
Ondanks dat ik deze man weer langzaam aan het werk help,
wordt het me niet in dank afgenomen.
Je
wordt als verzekeringsarts afgerekend op het aantal afkeuringen.
Daarbij wordt sec naar de cijfers gekeken. De populatie
van je cliënten wordt totaal niet in acht genomen.
Ik kreeg veel ouderen en WSW’ers voor me. Veel van
de WAO’ers werkten overigens gedeeltelijk of fulltime.
Toch werd er alleen gekeken naar mensen die ik 80 tot 100%
arbeidsongeschikt verklaarde, oftewel volledige afkeuringen.
De
kern van de zaak is dat hoe meer afkeuringen of urenbeperkingen
je doorvoert, des te slechter je bent als verzekeringsarts.
Bij de beoordelingsgesprekken hebben de afdelingshoofden
altijd de cijfers voor zich. Als je boven het gemiddelde
uitkomt, lig je er uit.
Mijn
grote bezwaar tegen het handelen van het UWV is dat ze twijfelen
aan de kundigheid en diagnoses van specialisten. Uiteindelijk
wordt er toch gekeken naar de uitslag die het meest gunstig
is voor het UWV. Dus: geen beperkingen, aan het werk meneer
of mevrouw. Artsen die kijken naar het sociale omstandigheden
worden buiten spel gezet. Eigenlijk is het altijd zo geweest.
Het GAK had ook al een beleid om het aantal WAO-uitkeringen
laag te houden. Vroeger had je het FIS (functie-informatie
systeem), nu wordt er gekeken naar de Functionele Mogelijkhedenlijst
(FML). En dat is eigenlijk allemaal bedacht om zo min mogelijk
mensen uitkering te geven. Eigenlijk wordt de hele sociale
zekerheid afgebouwd. Zodanig dat iedereen zich uiteindelijk
particulier moet verzekeren bij Nationale Nederlanden en
AMEV.
Volgens
mij leidt alles ertoe dat het UWV binnen drie jaar wordt
opgeheven, zodra de WAO stopt. Ik zie het UWV puur als verzekeringsmaatschappij
die is ontstaan uit de fusie van alle uitvoeringsinstanties.
Hierin heeft de overheid veel zeggenschap en dus gaat het
niet om objectiviteit maar om zo veel mogelijk mensen hun
uitkering te ontnemen. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de
sociale aspecten van de mens en volgt het UWV simpelweg
het harde regeringsbeleid.
Neem
de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen), die wordt
gewoon opgeheven. Zelfstandigen hebben daar wel altijd
premies voor betaald en dan wordt er ineens gezegd: die
moet eruit! Het kabinet wil zelfredzaamheid van de burger.
Maar ik ben van mening dat veel mensen zichzelf niet kunnen
redden. Als arts heb je niet alleen de taak om te keuren,
maar ook mensen te helpen.
Ik
noem als voorbeeld een pas gescheiden vrouw met twee kinderen
die in een stacaravan woont. Kun je die aan het werk sturen?
Ik vind van niet. Die vrouw zit zo diep in de problemen,
die moeten eerst opgelost worden. Maar volgens de regels
zou ze gewoon moeten kunnen werken. Ik wil ruimte kunnen
geven aan die vrouw tot zichzelf te komen en dat betekent
tijdelijke volledige afkeuring. Het kan helaas niet anders.
Toch
ben ik beslist geen softie. Ik denk dat ik na zoveel jaar
ervaring best wel wat mensenkennis heb opgedaan. Ik weet
heus wel wanneer iemand de zaak belazert, ik haal ze er
zo uit. Ik durf echt wel de confrontatie aan met frauderende
patiënten en dat heb ik ook vaak genoeg gedaan.
In
mijn beoordeling staat dat ze zestien rapportages hebben
onderzocht, daarvan waren er negen onvoldoende. Alleen hebben
ze me nooit verteld wat ik precies verkeerd heb gedaan,
en waar mijn diagnose ernaast zat. Dat zou je wel mogen
verwachten, lijkt me.
Ik
ben er van overtuigd dat met name jonge collega’s
handelen naar wat er van ze verwacht wordt: goedkeuringen
doorvoeren. Je hoort voortdurend van bovenaf dat je aan
bepaalde criteria moet voldoen. De top bestaat niet alleen
uit artsen, maar ook managers die alleen kil naar de cijfers
kijken. Als verzekeringsarts heb je een bepaald product
af te leveren. Met een afkeuring van minder dan vijftien
procent scoor je natuurlijk erg goed. Het slechtste product
is een volledige afkeuring. Dat weet men donders goed. Als
er dan weer e-mails circuleren dat er binnenkort mensen
uit moeten, bijten toch veel collega’s op hun nagels.
Dan maar wat strenger optreden om goede sier te maken.
Vroeger,
bij het GAK, had je al een onderscheid tussen de haviken
en de duiven onder de verzekeringsartsen. In die tijd moest
je echter nog een achtergrond hebben als huisarts. Tegenwoordig
hebben verzeke- ringsartsen nauwelijks curatieve ervaring.
Daardoor zijn ze beter te kneden naar het UWV-model.
Op kantoor gold ik wel als die vriendelijke verzekeringsarts.
Duif was mijn middle-name. Ik ben namelijk arts geworden
omdat ik mensen wilde helpen, niet om ze te beschadigen.
En als cliënt mag je toch verwachten dat er een arts
tegenover je zit om je te keuren en niet een verlengstuk
van een verzekeringsmaatschappij?
Er
is een klokkenluidersregeling bij het UWV. Het fijne weet
ik er niet van, maar volgens mij komt het er op neer dat
je eerst je verhaal moet doen bij iemand die door de Raad
van Bestuur is aangesteld. Die bepaalt vervolgens wat
er aan de klok gehangen mag worden. Als ik mijn mond
niet open trek, doet misschien niemand het. Dus wellicht
wordt dit de nagel aan mijn UWV-doodskist. Het zij zo. Van
mij mogen ze me boventallig verklaren. Dan kan ik in ieder
geval weer aan het werk, als arts. Het is nog anderhalf
jaar tot mijn pensioen en die tijd wil ik nuttig besteden.
Misschien ben ik een eenling, ik hoop van niet. Maar ik
ga mijn capaciteit als arts niet langer verdoen aan het
uit de WAO knikkeren van mensen!’