Terug naar NAH

Gevolgen NAH

De gevolgen van Niet Aangeboren Hersenletsel kunnen enorm verschillen, dit mede afhankelijk van waardoor het hersenletsel is ontstaan, de aard van het hersenletsel, de ernst én de grootte. De gevolgen kunnen kortstondig aanwezig zijn maar ook blijvend zijn. De gevolgen zijn in twee hoofdgroepen onder te verdelen en wel de “lichamelijke” en “cognitieve” gevolgen. Velen maken de fout om deze te onderscheiden in “zichtbare” en “onzichtbare” gevolgen maar de vraag is of moeheid inderdaad niet te zien is ? Ik ben van mening dat moeheid wel degelijk te zien is. Daar in tegen stellen zij dat incontinentie juist wél te zien is. Oók hier stel ik zeer grote vraagtekens bij want de enige die dit kunnen waarnemen is de patiënt zelf en evt verplegende maar voor de rest zal de patiënt en zijn/haar omgeving er alles aan doen dat dit voor andere nóóit te zien zal zijn.

Het wel of niet zichtbaar verhaal is dus duidelijk heel discutabel vandaar dat ik het beperkt tot het duidelijk te onderscheiden in “lichamelijke” en “cognitieve” gevolgen.Lichamelijke gevolgen vallen meestal direct op door de omgeving, of dit nu familie thuis is of hulpverleners in een ziekenhuis. De cognitieve gevolgen daar in tegen worden in de meeste gevallen pas na enige tijd duidelijk. In het laatste geval soms niet eerder dan nadat er vergaand onderzoek heeft plaats gevonden !

De gevolgen zoals omschreven op deze pagina kunnen bij diverse vormen van hersenletsel ontstaan en voor komen. Daarbij kunnen ze in meer en mindere mate voor komen én niet iedereen krijgt met deze gevolgen te maken.

Wat u zoal op kunt merken bij uw naaste, terwijl dit mogelijk voor andere niet meteen duidelijk is;

— Als hij/zij niet meer de zelfde van voorheen is.
— Als hij/zij niet of slecht tegen veranderingen kan.
— Als hij/zij zich star aan afspraken gaat houden of juist altijd te laat komt.
— Als hij/zij boos of agressief word omdat iets niet of niet helemaal lukt.
— Als hij/zij al kwaad kan worden op een manier welke niet bij hem/haar past.
— Als hij/zij veel vergeet.  Als hij/zij zich niet kan concentreren.
— Als hij/zij veel trager is.  Als hij/zij slechts korte tijd de aandacht er bij kan houden.
— Als hij/zij niet gemotiveerd over komt.  Als hij/zij onvoldoende energie heeft.
— Als hij/zij veel eerder moe is.

Dat emoties verandert of juist weg zijn, zo als

— Angst.
— Verdriet.
— Boosheid.

Ander gedrag wat u niet kent zo als

— Huilbuien.
— Apathie (lusteloos).
— Agressie.
— Slecht óf overmatig slapen.
— Veel praten.
— Druk bewegen.
— Overal op reageren.